8 september 2013

Doeidoei tot de barbekoei



Tijdje geleden schreef ik als eens over de Mbunga of zoiets, de stam die heel lang geleden de uitvinders van de democratie waren. Misschien heb ik het stukje ook nog niet geschreven of gewensdacht dat ik het geschreven had. Maar in ieder geval en kortom.

Nou diezelfde jongens zijn ook de uitvinders van de zogenaamde Pikjesdag. Bij hun was het echter niet de dag waarop je wist dat de huidige politici, zoals bij ons, gaan staan bluffen wat ze allemaal niet van je af gaan pakken. Nee, dat was bij de Mbunga de dag van ‘wat-heb-jij-met-mijn-poen-gedaan’. 

Dus geen enkele tovenaar of hoofdman kon zich, zoals bij ons gebruikelijk is verschuilen achter zijn stagiaires of andere ambtenaren of maar gauw voor de kinderen gaan zorgen. Nee, bij hullie werd op een heel eenvoudige wijze de controle toegepast of het allemaal netjes was gegaan. Niemand hoefde bij hullie ook maar iets te ondertekenen over integriteit of te verklaren dat het allemaal volgens heersend recht was gegaan en dat de boekhouder ervan af wist. 

Ben je mal. De Mbunga zette op hun Pikjesdag hun helden en heldinnen in vol ornaat en met hun opvallende hoeden boven aan de trap van de Bninnhftempel waar gelukkig een mooie leuning in de vorm van een vlijmscherp zwaard van 50 meter tot steun aan was gemonteerd. Ja, met het scherp naar boven. Ambtsdragers gleden daarover dan naar beneden en wie heelhuids beneden aankwam was een eerlijke staatsdienaar en mocht weer een jaartje verder. 

Vaak echter vielen ze in stukken en brokken op hun weg naar beneden uiteen. Nou, en dan wist je het wel. Die had met zijn klauwen in de kas gezeten of hoe dan ook gegraaid, was onder valse voorwendselen voor de kinderen gaan zorgen of gescheiden wegens een professionele toefluisteraarster. 

Later hebben vele religies dit idee, dat de Here of De Natuur of whatever onmiddellijk straft, overgenomen en wat aangepast zodat er gelukkig toch nog best wel veel heksen schuldig op de brandstapel stierven. Zelfde soort systeem dus. Niks nieuws onder de zon. 

Bij de Mbunga echter schoot er wel eens een glijheks door. Want ook vrouwen mochten het land besturen en heldin worden. Zo kon het gebeuren dat er dames beneden aankwamen die zo tegen het toenmalige glazen plafond aan hadden liggen knallen dat zelfs het scherpste zwaard der gerechtigheid geen deuk in de eeltige sloot kon slaan. Maar ik dwaal af want wat deden ze met die restanten van de helden. 

Welnu, die werden verzameld om ze de volgende dag tijdens het Barbekoeifeest van de voedselbank op een groot rooster te leggen met een vreugdevuur eronder. Stuk stokbrood en een sausje d’r bij en lekker happen van de gegrilde Pikjes (m/v) terwijl er vergevingsgezinde liederen werden gezongen door het Scherprechterskoor,   dat de volgende keer de aftrap mocht doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen