28 september 2013

Beste kleinkinderen, achterkleinkinderen en jullie daar achteraan



Ik ben het, jullie overoveropa, de held van jullie vaders, moeders, grootouders en tot vandaag die van jullie. Ik was het, die flierefluitend en gelukkig door het mooie zonnige Nederland huppelde waar de bomen tot in de Hemel groeiden. De Hemel, dat zullen jullie wel niet meer weten, was een oord waar het volgens velen nog leuker was dan hier maar die zijn helaas snel uitgestorven. Ook de Hemel bestaat niet meer.

Ik was het die geen poot heeft uitgestoken toen ik zag dat er jongens en meisjes door enge mannen en vrouwen werden misbruikt om overal te folderen en te preken of zelfs met stenen te gooien of dingen in de fik te steken en alles proletarisch bij elkaar te jatten. Ik was het die geen poot heeft uitgestoken toen deze kinderen opgroeiden en als van afgunst schuimbekkende mensen de hele zooi gingen leeg-bail-outen, omdat het voor mij veiliger was om aan de kant te staan en nounounou te roepen.

Ik stond al die tijd aan de kant te kijken terwijl jullie mooie land werd overvallen en leeggeroofd door mensen met een stropdas of een slobbertrui. Ja, ik vloekte soms wel eens heel anoniem op het internet tegen andere vloekende overjarige mensen die samen met mij stonden te zeuren dat er een steentje in de sok zat terwijl de hele wereld in de hens stond.

Dapper stonden we met 300 oudjes onder 15000 nicknames op dat internet in de diverse spuugkuilen te schuimbekken dat het een lieve lust was. We zouden ze dit en we zouden ze eigenlijk dat moeten doen. Velen van ons werden er voor betaald om de irritante mug in de comments te spelen zodat het gevloek niet om aan te horen was en de inkomsten voor advertenties stegen.

Later zijn we allemaal opgepakt en naar de van de Russen gehuurde FEMA-kampen in Siberië gestuurd waar de meesten gestorven zijn aan een gebroken Efvijfvinger. Ik ben de dans samen met enkele bekende reaguurders ontsprongen omdat we net op tijd als trol voor de EU gingen werken.

Onze voorvaderen hadden ons een schuldenvrij land nagelaten met de bedoeling om er ook nog eens een veilige haven voor al onze nakomelingen van te maken. Ook dat is mij niet gelukt. Jullie leven als je dit leest in de grootste teringzooi die zelfs de grootster schuimbekkers van het internet zich niet durfden voorstellen. En niet alleen dat. Jullie moeten nu voor schuldenvan je voorouders werken tot je minstens 92 bent en jullie kinderen tot ze 122 zijn.

Ik heb niets, maar dan ook helemaal geen fluit ter verdediging van mijn labbekakkerigheid aan te voeren. Al die tijd stond de slijpsteen voor de geest naast de valbijl van de familie in het schuurtje te roesten. Ik geef jullie hierbij toestemming om op het uitstrooiveld van de familie te dansen en onze namen in de grond te pissen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen