5 augustus 2013

Vrijheid van Missionarisme



Toen Nietzsche God had doodverklaard en de wasmachine was uitgevonden ontstond De Gelukkige Huisvrouw
... met bijbehorende gouden schalen die overvol van bedongen subsidies staan te flonkeren in een rooie zon met het vet van ingevlogen gebraden hanen druipend van Zwitserse en Vaticaanse bankrekeningen vol appeltjesgroene aflatenslurpers die devoot een pijpje slokken, een muts scharen of gewoon op z’n missionaris bidden, dat kan ook....

Dit laatste had ik ook nog ik de titel willen zetten maar daar had de drukker geen zin an. Die vrijheid dus, om het als een verplichting te zien, niet alleen voor jou zelve maar ook voor alle mensen, dieren en dingen om je heen, om jou te geloven en te aanbidden omdat jij daartoe geroepen bent door een onzichtbaar mannetje onder je bedje.

De vrijheid om voeten tussen wanhopig dichtslaande deuren te wringen, kinderen met de zweep te laten zingen dat er slechts één Heiland is – voor dit verhaal nog even met een Hoofdletter – anders komt er even een ruwe vinger of een kloppende klaas naar binnen. En dan de vrijheid om te zeggen dat het wel erg vals gezongen was en dat kloppende klaas toch even een kijkje gaat nemen. Dat soort vrijheid en dan ook nog vaak met een jurk aan. Of met een baard en een handvol stenen om op dat meisje met die afgesneden neus te gooien.

Die vrijheid van missionarisme bedoel ik. Of misschien nog een voorbeeld. De vrijheid om een woord uit te vinden, gewoon een kutwoord – in dit geval, ik noem maar wat, democratie, christendom, islam, communisme  - en dat dan overal op de hele wereld te gaan brengen terwijl geen hond er op zit te wachten en dan kwaad worden en de hele tiefusbende met atoombommen plat gooien. Dat soort missionarisme bedoel ik, dat moet nog veel vrijer kunnen.

Breinbrouwsels overweegt dat de mens alleen maar geschikt is om van geboorte tot verlossing onafgebroken naar een stenen pilaar te staren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen