16 maart 2013

Loklollieverstoppers


Nog zoekende Lollieverstopster

De dansende kabouter met die rode dopneus op de neus versperde mij de weg en hij bleef maar dansen en huppelen. Hij zwaaide met de armen en in zijn handen hield hij enkele legopoppetjes geklemd. “We hebben een wortel” juichte hij, “een rooie, een rooie wortel nog wel!”

Verbijsterd keek ik naar de kabouter wiens kop steeds meer ging lijken op die van die mevrouw van de politiek met die eerlijke opengesperde ogen als ze weer eens een lollie in d’r doos aan het verstoppen was. De kaboutermevrouw trok haar rok omhoog en ging wijdkeels boven mij staan. En warempel, door haar hondsbossezeewiering stak het houtje van een lollie, een rode, een loklollie dacht ik nog voordat ik vanwege dit verschrikkelijke aanzicht het bewustzijn verloor.

Wat suffig stond ik op en keek maar weer verbijsterd in het rond. Het was wel de dag of nacht van de verbijsteringen. Voor ik goed en wel van de laatste verbijstering hersteld was lag ik op de grond. Ondersteboven gelopen door een kabouter met zo’n soort gesteven gezicht en een wortel in zijn mond die ook nog op mijn borst ging staan te huppelen en die gilde iets van “Wie biedt er meer? Eenmaal, andermaal, niemand meer? Vierhonderd euro eigen bijdrage, verkocht! En hij sloeg met een moker op mijn hoofd.

Toen ik wakker werd voelde ik een grote grijze tong door mijn mond dwarrelen dus ik dacht gelijk “Kassa, natte droom!” maar toen ik mijn ogen opende keek ik recht tegen zo’n grijs kopje aan van een soort kaboutermuis die tijdens het slurpen door maar gilde dat hij het allemaal had uitgevonden en dat de liefde tussen 2 of meer mannen niet door de Here was toegestaan want anders was Hij zelf wel homo geworden.

Met moeite spuwde ik zijn tong uit en hield de verse smaak van wijwater, wierook, gelikte konten en een goedkoop glijmiddel nog jarenlang in mijn neus. Dus stond Deetman plotseling naast mij met een opschrijfboekje en ook al zo’n gesteven kabouterkop met een dopneus. We gaan er een onderzoek naar doen beloofde hij. We laten geen wortel op de andere staan, geen lollie blijft onbepurkt. Wanhopig probeer ik al jaren wakker te worden en steeds maar weer die kabouter.

UpDeet: En eeuwig tongen de kabouters.

Nog meer: Alleen vandaag gratis aan de löll duim van de hoofdkabouter ruiken.

3 opmerkingen:

  1. Altijd weer dat gezeur. En die anderen dan? Die van de verkennerij en de padvinders of de welpjes dan? Die hopmannen en die akela's, die heten niet voor niks zo!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Als dit geen discriminatie is, dan is het op z'n minst het demoniseren van kabouters.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik heb mijn uiterste best gedaan om in dit verhaal enige gelaagde diepe gangen aan te brengen. De volgende keer zal blijken dat de kabouter prutswerk heeft afgeleverd en nu nooit meer in aanmerking komt om door Roodkapje tot prins gekust te worden.
    Alles over de Kabouterbrief

    BeantwoordenVerwijderen